Waarom zijn er zo weinig mutaties in ons kleine kikkerlandje?

Sophie Schretlen
5 november 2025
2 min

dr. R. Damhuis, onderzoeker IKNL

Er wordt veel op mutaties getest bij patiënten met NSCLC en in de mate van het testen en de uitkomsten daarvan zijn geen noemenswaardige regionale verschillen zichtbaar. Toch zijn er volgens dr. Ronald Damhuis nog wel belangrijke uitdagingen binnen de moleculaire diagnostiek, zoals het ontbreken van gestandaardiseerde verslaglegging en te lange doorlooptijden.

Volgens de Indicator Transparantieportaal (2023) wordt op dit moment moleculaire diagnostiek verricht bij 96% van de patiënten met een stadium IV adenocarcinoom. Vrijwel altijd (in bijna 90% van de gevallen) is next generation sequencing (NGS) de methode van voorkeur. Er zijn marginale verschillen in het testen tussen ziekenhuizen. 

Zeldzame mutaties

De, bij NSCLC, meest voorkomende mutaties zoals EGFR en KRAS kunnen al een aantal jaar in alle regio’s gedetecteerd worden. Voor de minder vaak voorkomende mutaties, zoals RET en NTRK, waren er in 2019 nog duidelijke regionale verschillen in het testen. Inmiddels is er ook voor deze mutaties een landelijke dekking. 

Om te bepalen of een mutatie zeldzaam is, hanteren zorgprofessionals de 5%-regel. Alle mutaties die bij meer dan 5% van de patiënten voorkomen, moeten overal behandeld kunnen worden. Mutaties die bij minder dan 5% van de patiënten voorkomen, worden uitsluitend behandeld door een expertisecentrum.
Binnen de subgroep van patiënten met NSCLC-NOS zijn EGFR (met 7,1%) en KRAS (met 27,7%) duidelijk veelvoorkomende mutaties. Maar bereken je het aantal EGFR-mutaties onder alle patiënten met longkanker, dan blijft er slechts 2,9% over en zou EGFR een zeldzame mutatie zijn.

De spoeling is dus dun. En ook als we in de toekomst meer zouden gaan testen, worden er waarschijnlijk niet vaker mutaties gevonden. Moleculaire diagnostiek blijft echter van belang, omdat het aandeel doelgerichte therapie bij stadium IV NSCLC blijft toenemen. In 2014-2016 werd 7% van de patiënten met stadium IV behandeld met doelgerichte therapie, in 2020-2022 was dit al 9%. 

Uitdagingen in moleculaire diagnostiek

We doen het op dit moment goed met de mogelijkheden die er zijn, maar er zijn nog wel wat uitdagingen binnen de moleculaire diagnostiek. Zo is er momenteel sprake van extreem uitgebreide verslaglegging, waarin ook nog eens verschillen zijn tussen laboratoria. Bovendien zijn er over de tijd regelmatig veranderingen in de KNT-lijsten, waardoor de registratie ook weer kan veranderen. Er is behoefte aan standaardisering en wellicht automatisering van de moleculaire diagnostiek verslagen.
Daarnaast zijn de doorlooptijden voor moleculaire diagnostiek op dit moment lang, gemiddeld ongeveer 15 tot 21 dagen. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor het succes van een behandeling, al blijkt uit onderzoek dat een langere doorlooptijd bij patiënten met stadium IV NSCLC niet perse leidt tot een slechtere overleving.

Deel blog: