Testen in de toekomst: moleculaire diagnostiek

Sophie Schretlen
5 november 2025
2 min

dr.ir. W. de Leng, KMBP, hoofd unit moleculaire pathologie UMC Utrecht

Met de komst van nieuwe mutaties is er snel veel veranderd binnen de moleculaire diagnostiek en in de toekomst gaat deze ontwikkeling door. Dit vraagt om aanpassingen in de huidige manier van testen en de organisatie hiervan. Volgens dr.ir. Wendy de Leng is er veel mogelijk, maar niet alles. 

Klinisch noodzakelijke targets voor NSCLC zijn uitgebreid met STK11, KEAP1, TP53 en TMB. Dit zijn namelijk negatieve predictieve/prognostische biomarkers voor behandeling met immunotherapie. Dit is een, op het eerste gezicht, kleine aanpassing met grote gevolgen. Want met name TMB kan niet bepaald worden in met klein NGS panel. Een groot panel is dus noodzakelijk, maar daarbij sequence je ook allerlei mutaties waar je de relevantie niet van kent. Bovendien is voor het bepalen van TMB een hoge concentratie tumorcellen nodig (>30%). Er is nog geen nationale consensus over de te volgen teststrategie en afkapwaarden. Naar verwachting zal de commissie cieBOD zich hierover gaan buigen.

Consequenties van breed panel NGS

Bij een breed NGS panel worden ongeveer 500 genen geanalyseerd. Dit is fors meer dan de ongeveer 50 genen die op dit moment in een klein NGS panel zitten. Deze toename heeft consequenties voor zowel het laboratorium als de behandelend arts die de diagnostiek aanvraagt. Door een hogere complexiteit van de data neemt de analysetijd toe. Laboratoriumpersoneel zal getraind moeten worden om de resultaten te beoordelen en door de hogere complexiteit zal er ook vaker multidisciplinair overleg nodig zijn.

Er zullen bijvoorbeeld meer bevindingen naar voren komen waarvan de klinische implicatie onbekend is. Het is nu nog onduidelijk wat dit betekent voor de verslaglegging. Moeten alle mutaties vermeld worden of alleen de mutaties in klinisch relevante genen? Een bijzonder punt van aandacht zijn potentiële kiembaanbevindingen. Deze mutaties zouden met de patiënt besproken moeten worden, hoewel de implicaties niet altijd duidelijk zijn. Daarom is het misschien beter om bepaalde genen niet te bekijken.

Nauwe samenwerking

In plaats van overstappen naar een breed panel kan ook worden overwogen om direct over te stappen naar sequencing van het hele genoom (WGS). Hier is wel vriesmateriaal voor nodig en voldoende materiaal (met ≥20% tumorcellen). Er komt dan nog meer moleculaire informatie beschikbaar. Omdat er voor NSCLC al breed getest wordt, is nog onduidelijk wat de toegevoegde waarde is van WGS.

Op dit moment is het van belang dat pathologie afdelingen nauw met elkaar samenwerken, zodat alle testen toegankelijk zijn voor alle patiënten. Voer lokaal uit wat mogelijk is, maar centraliseer wat noodzakelijk is om goede kwaliteit te waarborgen. Technische ontwikkelingen zullen in de toekomst zorgen voor verbeteringen met betrekking tot het uitvoeren en beoordelen van breed panel NGS en WGS analyses. Tenslotte is het van belang dat moleculaire data goed wordt opgeslagen, zodat dit (samen met klinische data) bij kan dragen aan het creëren van een zelflerend zorgsysteem. 

Deel blog: