Plasmide-DNA: een veelbelovende strategie tegen therapieresistente B-ALL

Sophie Schretlen
15 januari 2026
3 min
Ongeveer één op de zes leukemiepatiënten ontwikkelt B-cell acute lymphoblastische leukemie (B-ALL), een agressieve vorm van leukemie die vooral voorkomt bij volwassenen. Zelfs na volledige remissie blijft het risico op terugval groot. Momenteel worden deze patiënten vaak behandeld met de CD3/CD19 bispecifieke T-cell engager (BiTE) antistof Blinatumomab. Deze antistof verbindt twee celtypen met elkaar: het bindt aan CD3 op T-cellen en aan CD19 op B-cellen, waaronder de kwaadaardige leukemiecellen. Hierdoor worden T-cellen geactiveerd, wat leidt tot gerichte eliminatie van B-cellen. Hoewel deze therapie vaak snelle en sterke klinische reacties oplevert, ontwikkelt helaas ongeveer 50% van de patiënten resistentie. Een belangrijk mechanisme achter deze resistentie is verhoogde expressie van PD‑L1 op tumorcellen. PD-L1 is een eiwit dat normaal gesproken het immuunsysteem afremt om overmatige afweerreacties te voorkomen. Kankercellen kunnen dit mechanisme echter misbruiken om aan immuunherkenning te ontsnappen, waardoor de effectiviteit van Blinatumomab afneemt, zelfs bij patiënten die eerder goed reageerden op de behandeling. Een combinatie van Blinatumomab met PD-L1-blokkade zou daarom theoretisch een effectieve strategie zijn en zou therapieresistentie kunnen verminderen. In de klinische praktijk wordt deze aanpak echter beperkt door de noodzaak van continue intraveneuze toediening, de korte halfwaardetijd van de geneesmiddelen en de hoge kosten. Een nieuwe strategie: plasmide-DNA voor langdurige immunotherapie Onderzoekers van Sichuan University ontwikkelden daarom een innovatieve strategie op basis van plasmide-DNA (pDNA). Via een eenmalige intramusculaire injectie wordt genetisch materiaal toegediend dat het lichaam aanzet tot de productie van zowel CD3/CD19-BiTEs als PD-L1-antilichamen. Door deze langdurige in vivo co-expressie combineert de aanpak meerdere immuunmechanismen in één platform: gerichte T-celactivatie, blokkade van immuunremmende signalen en antilichaam-afhankelijke tumorcelafbraak.  Preklinische modellen en experimentele aanpak De aanpak werd getest in twee muismodellen die verschillende vormen van therapieresistentie nabootsen. In een xenograftmodel met CD19⁺/PD‑L1⁺ Nalm‑6‑cellen werd PD‑L1‑gemedieerde resistentie gesimuleerd. In een gemengd stamceltransplantatiemodel (MSMD) werden CD19⁺/PD‑L1⁻ B‑ALL‑stamcellen gebruikt, representatief voor resistentie door verlies of verlaging van CD19‑expressie. De respons werd beoordeeld door het kwantificeren van leukemiecellen in het bloed en door histologische analyse van lever, milt en beenmerg. Remissie werd gedefinieerd als de aanwezigheid van minder dan één leukemische cel per milliliter bloed, of het volledig ontbreken van leukemiecellen in de onderzochte organen. Resultaten: krachtige en duurzame antileukemische respons In beide preklinische modellen leidde de pDNA-strategie tot een krachtige antileukemische respons. In het CD19⁺/PD-L1⁺ xenograftmodel resulteerde een eenmalige injectie van het gecombineerde pDNA-construct (PeMa, dat zowel BiTEs als anti-PD-L1 codeert) in 80% volledige remissie. Ook in het MSMD-model, waarin PD-L1 niet tot expressie komt, werd nog steeds tot 40% remissie waargenomen. Dit toont aan dat de therapie effectief blijft tegen verschillende vormen van therapieresistentie.  De antileukemische werking ging gepaard met een duidelijke expansie van CD3⁺ en CD8⁺ T-cellen in het bloed, evenals verhoogde niveaus van granzyme B en interferon-γ,  beide indicatoren van actieve T-celgemedieerde tumorafbraak. Bovendien stimuleerden de in vivo geproduceerde antistoffen de proliferatie van T-cellen en de gerichte killing van CD19⁺ leukemiecellen afkomstig van patiënten. Duurzaamheid van de therapie De duurzaamheid van de behandeling bleek opvallend: negen weken na een eenmalige injectie waren muizen nog steeds vrij van leukemie, en 40% bleef in volledige remissie. pDNA dat alleen BiTEs codeerde verminderde wel de leukemielast, maar leidde niet tot volledige remissie, wat het belang van gelijktijdige PD‑L1‑blokkade onderstreept. Implicaties en toekomstperspectief Samenvattend laat deze studie zien dat intramusculaire toediening van plasmide-DNA een krachtige, kosteneffectieve en duurzame strategie kan zijn voor de behandeling van B-ALL. Door de langdurige co-expressie van BiTEs en PD-L1-antilichamen worden meerdere immuunmechanismen tegelijk geactiveerd, waardoor therapieresistentie kan worden doorbroken, zowel bij PD‑L1‑gemedieerde immuunontwijking als bij CD19-verlies. Dankzij de lage productiekosten en het verminderde risico op immunogeniciteit en toxiciteit ten opzichte van virale vectoren, vormt deze aanpak een veelbelovende stap richting langdurige en minder belastende immunotherapie. Verdere validatie in grotere diermodellen en uiteindelijk klinische studies blijft echter noodzakelijk voordat toepassing bij patiënten mogelijk wordt.   

Deel blog: