LHV betreurt afwijzing LAD: loonsverhoging huisartsen in loondienst blijft uit

Sophie Schretlen
9 januari 2026
2 min
LHV en InEen zijn al geruime tijd in gesprek met de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) over een nieuwe cao voor huisartsen in loondienst. Er lag een concreet voorstel voor een kortlopende cao met verbeteringen in loon en afspraken voor vervolgonderhandelingen, maar de LAD heeft dit voorstel afgewezen. Door deze afwijzing krijgen huisartsen in loondienst voorlopig geen periodieke loonsverhoging en komt er op korte termijn geen nieuwe cao. Ter context: de huidige Cao Huisartsen in loondienst is op 1 augustus 2024 ingegaan, en vanaf 1 januari 2025 is de werkgeversbijdrage aan de ziektekostenverzekering aangepast.

Alle typen huisartsen nodig voor toekomstbestendige huisartsenzorg

Voor het waarborgen van een toekomstbestendige huisartsenzorg is de inzet van alle typen huisartsen onmisbaar: praktijkhouders, waarnemers en huisartsen in loondienst (HD en PD). LHV en InEen onderstrepen het belang van passende arbeidsvoorwaarden voor huisartsen in loondienst, waaronder een marktconform salaris en een aantrekkelijke werkomgeving. Tegelijkertijd dragen zij verantwoordelijkheid voor de financiële haalbaarheid van de cao voor praktijkhouders. Vanuit die afweging is ervoor gekozen de volledige beschikbare Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA)-ruimte in te zetten voor verbeteringen in de cao-afspraken. 

Aanbod voor kortlopende cao

Het afgewezen voorstel betrof een cao met een looptijd tot 1 juli 2026. Onderdeel van dit voorstel was een verhoging van de eindejaarsuitkering met 1 procent vanaf 2025, evenals een structurele loonsverhoging van 3 procent per 1 februari 2026. Daarnaast was afgesproken dat in de eerstvolgende cao, met ingang van 1 juli 2026, een extra trede zou worden toegevoegd aan de salarisschaal van de praktijkhoudend dienstverband (PD). Volgens LHV en InEen maakte dit aanbod volledig gebruik van de beschikbare OVA-ruimte en bood het daarmee een aantrekkelijk salarisvoorstel, binnen de financiële mogelijkheden van praktijkhouders.

Belang van een kortlopende cao

Een cao met een looptijd tot 1 juli 2026 zou ruimte bieden om later in het jaar vervolgafspraken te kunnen maken over inhoudelijke thema’s. Daarbij gaat het onder meer om de beloning van praktijkhouders in loondienst, de gevolgen van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) en de definitieve vaststelling van de OVA-cijfers. Ook de uitkomsten van de herberekening door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) spelen hierin een belangrijke rol. Deze informatie is noodzakelijk om weloverwogen vervolgstappen te kunnen zetten in de verdere cao-onderhandelingen.

Reden van afwijzing

Het voorstel van LHV en InEen is afgewezen omdat de LAD looneisen heeft gesteld die hoger lagen dan wat binnen de beschikbare OVA-ruimte financieel mogelijk is. Het aangeboden cao-pakket was volledig afgestemd op de beschikbare middelen en werd beschouwd als financieel haalbaar voor praktijkhouders. Door de afwijzing komt er voorlopig geen nieuwe cao, waardoor zowel periodieke loonsverhogingen als andere cao-afspraken uitblijven.  LHV en InEen blijven zich inzetten voor goede arbeidsvoorwaarden binnen realistische en financieel verantwoorde kaders. Verdere onderhandelingen zijn afhankelijk van toekomstige cao-overleggen en definitieve financiële kaders.

Deel blog: