IPL-afwijkingen regelmatig zichtbaar bij sporters met pubis-gerelateerde liespijn

Jill Van der Kooij
31 juli 2026
3 min
Cross-sectionele MRI-studie naar letsels van het inferieure schaambeenligament bij sporters met pubis-gerelateerde liespijn.

Bij een derde van de onderzochte sporters met pubis-gerelateerde liespijn waren op MRI duidelijke of mogelijke afwijkingen zichtbaar van het inferieure schaambeenligament. Bij sporters met adductor-gerelateerde liespijn werden deze afwijkingen niet waargenomen. Vooral bij klachten die na een trauma zijn ontstaan, verdient dit ligament volgens de onderzoekers meer aandacht tijdens het diagnostische proces.

Dat blijkt uit het onderzoek Inferior Pubic Ligament Injury: Magnetic Resonance Imaging Assessment in Athletes With Pubic-Related Groin Pain van Thomas Mathieu en collega’s. De studie werd op 30 september 2025 gepubliceerd in het Orthopaedic Journal of Sports Medicine.

Een onderbelicht ligament

Het inferieure schaambeenligament, afgekort tot IPL, bevindt zich aan de onderzijde van de symphysis pubica: de verbinding tussen de linker- en rechterhelft van het schaambeen. De symphysis pubica wordt omgeven door vier ligamenten, die samen bijdragen aan de stabiliteit van het gewricht en trekkende, drukkende en schuivende krachten opvangen.

Liespijn bij sporters kent verschillende mogelijke oorzaken. Veel onderzoek richt zich op adductor-, inguïnaal- en heupgerelateerde liesklachten. Over de rol van de ligamenten rond de symphysis pubica is nog relatief weinig bekend. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat een afwijking van het IPL bij sporters met aanhoudende liespijn niet altijd wordt herkend.

MRI-onderzoek bij zestig sporters

De onderzoekers voerden een cross-sectionele observationele studie uit. Hieraan namen zestig sporters met een klinische diagnose van pubis-gerelateerde liespijn deel. Zij vulden een gestandaardiseerde vragenlijst in en ondergingen een lichamelijk onderzoek en een MRI-scan van het bekken. De MRI-beelden werden beoordeeld op afwijkingen van het IPL en op andere aandoeningen rond het schaambeen, waaronder beenmergoedeem en letsel van de adductoren. De resultaten werden vergeleken met die van een retrospectief samengestelde controlegroep van 28 sporters met adductor-gerelateerde liespijn.

Afwijkingen bij een derde van de sporters

Bij elf van de zestig sporters, oftewel 18%, zagen de onderzoekers duidelijke MRI-kenmerken van een IPL-letsel of -scheur. Bij negen sporters, 15%, waren de bevindingen niet eenduidig, maar kon een IPL-afwijking niet worden uitgesloten. Voor de verdere analyses voegden de onderzoekers deze twee groepen samen. Daarmee was bij twintig van de zestig sporters, oftewel 33%, sprake van een duidelijke of mogelijke IPL-afwijking. In de controlegroep met adductor-gerelateerde liespijn werden geen IPL-afwijkingen waargenomen. Dit ondersteunt een samenhang tussen IPL-afwijkingen en pubis-gerelateerde liespijn. De afwijkingen kwamen regelmatig voor in combinatie met andere MRI-bevindingen rond de symphysis pubica. Bij de helft van de twintig sporters werd een IPL-afwijking gezien zonder gelijktijdig letsel van de adductoren. Bij de overige sporters waren onder meer adductortendinopathie, osteitis pubis en andere pees- of aponeuroseletsels aanwezig.

Trauma als belangrijke aanwijzing

Van de twintig sporters met een duidelijke of mogelijke IPL-afwijking rapporteerden dertien sporters, 65%, een trauma voorafgaand aan de klachten. Veelgenoemde situaties waren een tackle waarbij de knie in de grond bleef staan en een onverwachte spreidbeweging tijdens het draaien. Ook een ongecontroleerde draaibeweging tijdens het trappen van een bal werd genoemd. In het multivariabele regressiemodel waren de odds op een IPL-afwijking bij sporters met een trauma in de voorgeschiedenis acht keer hoger dan bij sporters zonder trauma. De oddsratio bedroeg 8,00, met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van 2,43 tot 26,36. Het brede betrouwbaarheidsinterval laat zien dat de precieze omvang van dit verband nog onzeker is.

Betekenis voor de praktijk

De onderzoeksresultaten ondersteunen het meenemen van een mogelijke IPL-afwijking in de differentiaaldiagnose bij sporters met pubis-gerelateerde liespijn. Dat geldt in het bijzonder wanneer de klachten zijn ontstaan na een plotseling trauma waarbij grote krachten op het schaambeen zijn uitgeoefend. De resultaten moeten wel voorzichtig worden geïnterpreteerd. Het onderzoek toont een samenhang aan, maar bewijst niet dat een IPL-afwijking bij iedere sporter de directe oorzaak van de liespijn is. Bovendien bestaat er nog geen algemeen geaccepteerde referentiestandaard voor de beoordeling van IPL-letsel op MRI. De onderzoeksgroep was daarnaast relatief klein en bestond voornamelijk uit mannelijke sporters, van wie een groot deel voetbalde. Daardoor zijn de resultaten niet zonder meer toepasbaar op vrouwelijke sporters of op andere sportpopulaties. Ook is in deze studie niet onderzocht welke behandeling of revalidatiestrategie het effectiefst is. Vervolgonderzoek is nodig om de diagnostiek verder te verfijnen en om meer inzicht te krijgen in de gevolgen voor behandeling, prognose, revalidatie en terugkeer naar sport.

Deel blog:

Referenties

1. Mathieu T, Van Glabbeek F, Van Nassauw L, Denteneer L, Bouziotis J, Van Dyck P. Inferior Pubic Ligament Injury: Magnetic Resonance Imaging Assessment in Athletes With Pubic-Related Groin Pain. Orthopaedic Journal of Sports Medicine. 2025;13(9). DOI: 10.1177/23259671251380879.
  • Dit artikel is een redactionele samenvatting van het onderzoek van Mathieu et al. en betreft geen zelfstandig uitgevoerd onderzoek van MedZine.
  • Deze blog is door artificiële intelligentie gegenereerd en door onze redactie gecontroleerd.