Hyperhomocysteïnemie als onafhankelijke risicofactor voor nierfalen bij IgA-nefropathie

Sophie Schretlen
22 januari 2026
2 min
Hyperhomocysteïnemie (HHcy) is een aandoening waarbij het aminozuur homocysteïne verhoogd is in het bloed. Homocysteïne ontstaat normaal als onderdeel van het methioninemetabolisme, waarbij methionine uit voeding wordt omgezet in stoffen die het lichaam nodig heeft voor eiwitsynthese, methylatieprocessen en de productie van antioxidanten. Bij normale niveaus is homocysteïne onschuldig, maar bij verhoogde concentraties kan het bloedvaten beschadigen, ontstekingen veroorzaken en de nieren belasten via oxidatieve stress. Hoge homocysteïnewaarden worden daarom geassocieerd met hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen en nierschade. HHcy wordt vaak aangetroffen bij patiënten met chronische nierschade (CKD). In de vroege stadia van CKD is HHcy vooral zichtbaar bij patiënten met IgA-nefropathie (IgAN), de meest voorkomende primaire glomerulaire aandoening. Dit suggereert dat HHcy al vroeg in het ziekteproces kan optreden en mogelijk bijdraagt aan een versnelde achteruitgang van de nierfunctie. Hoewel bekend is dat HHcy samenhangt met verminderde nierfunctie bij IgAN, is het effect op ernstige nieruitkomsten nog onvoldoende onderzocht. De huidige studie onderzocht daarom de relatie tussen HHcy en nieruitkomsten, met name eindstadium nierziekte (ESKD), in een cohort van IgAN-patiënten.

Het cohort 

Onderzoekers van het Jinling Hospital in China volgden 366 IgAN-patiënten die tussen 2012 en 2024 een nierbiopsie ondergingen. Op basis van hun bloedwaarden werden ze verdeeld in twee groepen: De HHcy-groep: homocysteïne ≥ 15 µmol/L (145 patiënten) en de normale Hcy-groep: homocysteïne < 15 µmol/L (221 patiënten) De onderzoekers vergeleken de groepen op nierfunctie, pathologische kenmerken van de nieren en het optreden van ESKD, gedefinieerd als het stadium waarin de nieren hun functie niet meer zelfstandig kunnen vervullen zonder dialyse of transplantatie.

Wat bleek uit het onderzoek?

Tijdens een mediane follow-up van ruim 3,5 jaar ontwikkelden 38 patiënten (10%) eindstadium nierziekte (ESKD). Opvallend was dat 33 van deze patiënten tot de HHcy-groep behoorden. Vergeleken met patiënten met normale homocysteïnewaarden vertoonden HHcy-patiënten een lagere nierfunctie (eGFR), meer eiwit in de urine, ernstigere schade aan de glomeruli (de filtereenheden van de nier) en meer acute en chronische afwijkingen aan de niertubuli. Deze bevindingen geven aan dat de nieren van patiënten met HHcy duidelijk sneller functioneel achteruitgingen. Statistische analyse toonde aan dat HHcy een onafhankelijke risicofactor voor ESKD is: het vergroot de kans op nierfalen met een factor vier. Bovendien waren de nieroverlevingskansen van HHcy-patiënten significant lager dan die van patiënten met normale homocysteïnewaarden.

Wat betekent dit?

De resultaten van deze studie tonen aan dat hyperhomocysteïnemie (HHcy) bij patiënten met IgA-nefropathie (IgAN) geassocieerd is met een verminderde nierfunctie, ernstigere histopathologische afwijkingen in de nieren en een verhoogd risico op eindstadium nierziekte (ESKD), waarbij HHcy een onafhankelijke risicofactor vormt. Dit suggereert dat hoge homocysteïnewaarden niet alleen een marker van bestaande nierschade zijn, maar mogelijk ook actief bijdragen aan een versnelde achteruitgang van de nierfunctie. HHcy kan daarom worden beschouwd als een vroegtijdig biomarker voor het voorspellen van nieruitkomsten bij patiënten met IgAN. De studie onderstreept het belang van reguliere monitoring van serumhomocysteïne bij patiënten met IgAN en van vroegtijdige interventies, zoals voedingsaanpassingen of suppletie met folaat en B-vitamines, die het homocysteïnemetabolisme ondersteunen.  Daarnaast biedt deze studie een basis voor toekomstige studies om de mechanismen te onderzoeken waarmee HHcy bijdraagt aan nierbeschadiging en om gerichte therapeutische strategieën te ontwikkelen die het risico op ESKD kunnen beperken.

Deel blog: