Drie dure geneesmiddelen voorlopig niet vergoed: prijs blijft te hoog

Sophie Schretlen
20 november 2025
2 min

Minister Jan Anthonie Bruijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft besloten de tijdelijke sluisplaatsing van drie dure geneesmiddelen te verlengen. Het gaat om Xenpozyme (olipudase alfa), een enzymvervangende therapie voor patiënten met acid sphingomyelinase-deficiëntie (ASMD); Carvykti (ciltacabtagene autoleucel), een CAR-T-celtherapie voor de behandeling van multipel myeloom (MM); en Enhertu (trastuzumab deruxtecan), een antibody–drug conjugate (ADC) voor patiënten met HER2-positieve borstkanker. Dit betekent dat de geneesmiddelen vooralsnog niet opgenomen worden in het basispakket van de zorgverzekering, omdat de onderhandelingen met de leveranciers op dit moment niet hebben geleid tot een maatschappelijk aanvaardbare prijs. Voor Enhertu geldt dat het middel wél vergoed blijft voor de behandeling van HER2-positieve borstkanker, maar niet voor HER2-low borstkanker.

Ondanks intensieve onderhandelingen is er geen akkoord bereikt over een prijs die aansluit bij de adviezen van het Zorginstituut Nederland. Het instituut concludeerde dat de geneesmiddelen zeker een meerwaarde bieden voor de behandeling van patiënten, maar dat de gevraagde prijzen niet in verhouding staan tot de verwachte gezondheidswinst. Minister Bruijn benadrukt dat de hoge kosten van deze middelen de solidariteit binnen het zorgstelsel onder druk zetten en dat te hoge uitgaven op termijn kunnen betekenen dat andere effectieve en doelmatige zorg niet langer betaalbaar is:

“Het valt mij zwaar dat ik dit besluit heb moeten nemen. Ik realiseer mij goed dat deze middelen gezondheidswinst kunnen opleveren. Ik begrijp dat dit besluit voor patiënten en hun naasten, die hun hoop op deze geneesmiddelen hebben gevestigd, zeer teleurstellend is. Maar de prijzen van deze middelen moeten wel in verhouding staan tot de gezondheidswinst die zij opleveren. Als dat niet zo is, is het geen verantwoorde besteding van het zorgbudget. In dat geval kan ik aan alle patiënten en premiebetalers niet uitleggen dat ik het geneesmiddel opneem in het basispakket. De hoge prijzen die deze leveranciers vragen, zetten de solidariteit in ons zorgstelsel onder druk. Als we de uitgaven aan deze dure geneesmiddelen niet beheersen, leidt dat er op termijn toe dat we andere effectieve en doelmatige zorg niet meer kunnen betalen. Ik moet ook rekening houden met de gevolgen voor de (toekomstige) patiënten die afhankelijk zijn van die zorg.”

De geneesmiddelensluis

De geneesmiddelensluis (de sluis) is een instrument om dure nieuwe medicijnen tijdelijk uit te sluiten van het basispakket wanneer de verwachte uitgaven te hoog zijn. In deze periode beoordeelt het Zorginstituut het middel op vier criteria:

  • Effectiviteit: werkt het middel bij de patiënt tenminste even goed als de standaardbehandeling in Nederland?
  • Kosteneffectiviteit: Is de prijs in verhouding met de gezondheidswinst die wordt geboekt bij gebruik van het middel?
  • Noodzakelijkheid: Is het vanwege de kosten van het geneesmiddel en de ernst van de ziekte noodzakelijk dat het middel uit de basisverzekering wordt vergoed?
  • Uitvoerbaarheid: Is het praktisch haalbaar om het middel te vergoeden?

Op basis van deze adviezen onderhandelt de minister met de leverancier over een maatschappelijk verantwoorde prijs. Pas als hier overeenstemming over is bereikt, kan het middel uit de sluis en vergoed worden.

Recent burgeronderzoek van het programma Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen (MAUG) laat zien dat Nederlanders vinden dat de overheid kritisch moet zijn bij de vergoeding van dure geneesmiddelen. Als de effectiviteit beperkt is of de prijs maatschappelijk onaanvaardbaar hoog, moet vergoeding kunnen worden geweigerd. Transparantie over de prijsbepaling en een goede onderbouwing van de kosten zijn volgens burgers belangrijk.
Minister Bruijn blijft bereid de sluisplaatsing van de drie geneesmiddelen opnieuw te beoordelen als de leveranciers alsnog een maatschappelijk verantwoorde prijs voorstellen.

Bron: Rijksoverheid.nl, 11 november 2025

Deel blog: