We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze site zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van deze site, gaan we er vanuit dat je ermee instemt.
Autoimmune-like hepatitis na allogene stamceltransplantatie: een zeldzame aandoening
Sophie Schretlen
13 februari 2026
2 min
Leverdysfunctie is een veelvoorkomende complicatie na allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (allo-HSCT), die bij 40–80% van de patiënten voorkomt. De oorzaken verschillen sterk, afhankelijk van het moment waarop de schade optreedt. Kort na de transplantatie, gedurende de vroege fase, ontstaan problemen vaak door de intensieve voorbereiding van het lichaam op de transplantatie, bijwerkingen van medicijnen, acute graft-versus-host disease (GVHD), blokkades in de kleine lever bloedvaten of infecties. Later, maanden tot jaren na de transplantatie, spelen juist chronische GVHD, medicijn-geïnduceerde leverbeschadiging, virale infecties en ophoping van ijzer de belangrijkste rol.
Een zeldzame speler: AILH
Naast deze bekende oorzaken is er een zeldzame, maar klinisch belangrijke complicatie: autoimmune-like hepatitis (AILH). Deze aandoening vertoont kenmerken van auto-immuunhepatitis, met ontsteking van de lever en specifieke lymfoplasmacytaire celinfiltraten. AILH ontstaat specifiek na een allo-HSCT en wordt niet veroorzaakt door klassieke lever-GVHD of andere leverziekten. Deze aandoening duikt vaak pas vele maanden na de transplantatie op en is nog relatief onbekend in de medische literatuur. Tot voor kort was er bovendien weinig duidelijk over hoe vaak het voorkomt, hoe het zich klinisch uit, welke histologische veranderingen typisch zijn en hoe patiënten reageren op behandeling.
Het onderzoek
Om hier meer inzicht in te krijgen, keken onderzoekers retrospectief naar 228 patiënten die tussen april 2013 en december 2024 hun eerste allo-HSCT ondergingen, zonder behandelfalen binnen de eerste 100 dagen. Leverbeschadiging werd gedefinieerd als een significante stijging van bilirubine of leverenzymen (AST, ALT, ALP, GGT) na dag 30 volgens de CTCAE-criteria. Als verhoogde waarden eerder waren opgetreden, werd dit als een recidief beschouwd. Van de 228 patiënten ontwikkelden 75 leverproblemen op een bepaald moment na transplantatie. Bij 13 patiënten werd een leverbiopsie uitgevoerd om de oorzaak beter te bepalen. Uiteindelijk voldeden 8 van hen aan de histologische criteria voor AILH, met typische kenmerken zoals ontsteking van de portale gebieden en interface hepatitis, ontstekingen van het overgangsgebied tussen de poortader en levercellen. De mediane leeftijd van deze patiënten was 57 jaar, en de mediane tijd tot het optreden van AILH was 300 dagen na transplantatie (bereik 105–622 dagen).Verrassend, reageerden de patiënten zeer goed op de behandeling. Zes van de acht patiënten kregen prednisolon, soms gecombineerd met andere immuunonderdrukkende medicijnen. De overige twee patiënten werden behandeld zonder corticosteroïden. Toch bereikte iedereen een duidelijke verbetering van de leverenzymen, gemiddeld binnen 28,5 dagen. Er was één overlijden door sepsis, maar dit stond los van de leveraandoening.
Wat dit betekent
Deze bevindingen laten zien dat AILH een zeldzame maar duidelijke complicatie is die vaak laat na allo-HSCT optreedt en over het algemeen uitstekend reageert op corticosteroïden, zelfs bij patiënten die geen aanvullende immuunonderdrukkende medicatie kregen. Het benadrukt ook dat de lever in deze gevallen een primair doelwit is van een specifieke immuunreactie, los van klassieke GVHD.Voor artsen en patiënten betekent dit dat vroegtijdige herkenning cruciaal is: met een gerichte behandeling kan AILH vaak volledig omkeerbaar zijn en ernstige leverproblemen voorkomen. Het laat zien hoe complex en fascinerend het herstelproces na stamceltransplantatie kan zijn, en dat zelfs zeldzame complicaties behandelbaar zijn wanneer ze tijdig worden herkend.